Ergeren…

Wie heeft daar geen last van? Aan mensen die anders denken dan we hopen. Aan dingen die anders lopen dan we gehoopt hadden. Aan jezelf omdat je weet dat ergeren niet hoort bij God en je Hem graag echt wil lief hebben. Misschien ergeren we ons zelfs aan dingen in de kerk.

Ergeren was ook voor David niet vreemd. Hij schrijft er een psalm over. Psalm 37. Hij vertelt wat je kan ergeren, maar ook wat je dan moet doen. En wat hebben we daarin wijsheid van God nodig!

Vertrouw op de Heere en doe het goede, bewoon de aarde en voed u met getrouwheid. Verlustig u in de Heere, zo zal Hij u geven de begeerten van uw hart. (vers 3 en 4)

In eigen woorden:

* Op God vertrouwen. Hij weet alles en weet wat het beste is.

* Het goede doen! De aarde bewonen en trouw zijn in wat je mag doen.

* Ons verblijden in God. En dan nog een belofte erbij : Hij zal U de begeerte van uw hart geven.

Praktische dingen die we onze kinderen en onszelf mogen inscherpen! De psalm gaat nog even verder met praktische adviezen. We zijn niet de enigen die ons ergeren. God begrijpt dat we dat wel eens hebben. Hij wil ons hierin leren en handvatten geven. Wat blijkt daaruit Zijn liefde en zorg voor ons!

Er zijn vast nog meer Bijbelgedeelten die hierover gaan. Ga er naar op zoek en laat je leren!

Advertenties

Koningsdag

Nog even en het is Koningsdag. Een mooie gelegenheid om met je kinderen na te denken over het Koninkrijk van God.

Maak een ‘kijktafel’ over de gelijkenis van de koninklijke bruiloft!

Lees met elkaar het Bijbelgedeelte over de Koninklijke bruiloft uit Mattheus 22 :1-14

Gesprekspunten :

* vers 1-4 God is de Koning en nodigt ons uit om bij Hem te komen. Hij biedt ons Zijn vergeving, Zijn liefde, Zijn Hulp, Zijn nabijheid aan. Hij gebruikt daarvoor zijn knechten. Wat doen wij met Zijn uitnodiging?

* vers 5-6 Welke reden hebben deze mensen om niet op de uitnodiging in te gaan. Welke reden hebben wij om te weigeren? Wat verhinderd ons?

* vers 7-10 Hoe is het voor de Koning om te horen dat ze niet willen komen? Wat doet Hij dan en wat kunnen we ervan leren?

* vers 11-14 We hebben een bruiloftskleed nodig. Waar verwijst dat naar? Hebben wij het kleed van vergeving al omgekregen of hebben we het nog geweigerd?

Uitleg kijktafel :

* bestek en glaasje : verwijst naar vers 4. Alles is gereed. Het herinnert ons aan dat God alles klaar heeft. Zijn werk is volbracht.

* brief met uitnodiging : God nodigt ons uit, zie vers 3. Wat doen wij met Zijn nodiging?

* witte stof : verwijst naar vers 11 en 12 over het bruiloftskleed. Hebben wij al het kleed van vergeving nodig en ontvangen?

Verder lezen?

Lees nog meer over het Koninkrijk van God en hoe God als Koning is!

* Over wie de grootste is in het Koninkrijk van God : Mattheus 18:1-12.

* Gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht, over vergeven: Mattheus 18:23-35.

* Gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard, over de goedheid van de Heer des huizes en zijn manier van werken: Mattheus 20: 1-16.

* Over de regering van God, als Koning, Zijn sterkte en macht: Psalm 93

Zingen:

Bij U, mijn Koning en mijn God,
Verwacht mijn ziel een heilrijk lot;
Geduchte HEER der legerscharen,
Welzalig hij, die bij U woont,
Gestaâg U prijst en eerbied toont.

(Psalm 84 :2)

Hemelvaart : Zegenende handen

Toen de Heere Jezus terug ging naar de hemel hief Hij Zijn handen op en zegende Zijn discipelen. Zijn handen, Die zoveel zegeningen hadden gegeven in de tijd dat Hij op aarde was. Lees deze weken eens over Zijn zegenende handen

* Jezus zegent de kinderen: Lukas 18: 15-17
* Handen die de jongeling van Nain weer uit de doden opwekt: Lukas 7: 11-17
* Zijn handen genezen zieken: Johannes 9: 1-41
* Handen die het afgedwaalde schaap weer naar de kudde brengen: Lukas 15: 1-7
* Zijn handen bidden voor ons: Johannes 17: 9-26
* Zijn handen breken het brood en delen het uit: Johannes 6: 1-15
* Zijn handen redden Petrus als hij dreigt te zinken in het water : Mattheüs 14: 22-36
* Zijn handen jagen weg wat niet hoort in het huis van Zijn Vader: Johannes 2:13-23
* Zijn handen schrijven in het zand en veroordelen niet: Johannes 8: 1-11
* Zijn handen wassen de voeten van de discipelen: Johannes 13:1-20
* Zijn handen breken het brood en deelt het uit en reiken de beker aan: Lukas 22: 14-20
* Hij geeft Zijn handen om Zich te laten binden: Johannes 18: 12-16

Bouwen aan je gemeente – Ezra

Inleiding

Hoe kun je samen met tieners nadenken over de opbouw van de gemeente. Wat zegt de Bijbel er over? In de woestijn werd de eerste plaats gemaakt waar God wilde wonen bij Zijn Volk. Ook in onze gemeente wil God wonen. Kunnen wij net als de Israëlieten meewerken aan Zijn Huis, de plek waar God wil wonen? Hoe zou dat kunnen? In de Bijbel, in Ezra kunnen we lezen over de herbouw van de tempel. Lees samen met je tieners eens dit Bijbelgedeelte en bekijk wat we ervan kunnen leren voor nu. Schrijf het op en zet het op een plaats waar jullie regelmatig zitten en het je herinnert aan wat je mocht leren!

Korte voorgeschiedenis

Koning Salomo mocht de tempel bouwen, een Huis waar God wil wonen en dicht bij Zijn Volk wil zijn. Veel mensen hebben gewerkt aan de tempel en wat was het een feest toen de tempel eindelijk klaar was.

Ezra 1

Is het zo gebleven? Nee. Het volk en de koning vergaten God. God waarschuwde door profeten om toch weer naar Hem te luisteren, maar keer op keer vergeten ze Hem. Hoe is dat bij ons?

Het volk werd weggevoerd. De tempel verwoest. De schatten uit de tempel meegenomen.

Totdat Koning Kores, koning van Perzie zegt dat God hem de opdracht geeft om een huis voor God te bouwen in Jeruzalem. Ezra 1:2. Het volk mag gaan. De mensen die achterblijven mogen goud en zilver meegeven voor het huis van God. Wat geven wij aan de dienst van God. Voor ieder is dat verschillend! Samen mogen we bouwen aan Zijn gemeente!

Ezra 2

De namen van de mensen die zijn vertrokken naar Jeruzalem staan in Ezra 2. God is een persoonlijke God. Hij kent ook onze namen. Ze staan gegraveerd in Zijn handpalm.

Ezra 3

We lezen in Ezra 3 dat het altaar weer hersteld wordt. Dat ze weer offeren en zingen. Ze denken weer aan de vergeving die ze zo nodig hebben.

Ezra, 3:11 – En zij zongen bij beurten, met den HEERE te loven en te danken, dat Hij goed is, dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid is over Israel. En al het volk juichte met groot gejuich, als men den HEERE loofde over de grondlegging van het huis des HEEREN.

Waar danken en loven ze God voor? Voor Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid! Doen wij dat ook?

Ezra, 3:12 – Maar velen van de priesteren, en de Levieten, en hoofden der vaderen, die oud waren, die het eerste huis gezien hadden, dit huis in zijn grondlegging voor hun ogen zijnde, weenden met luider stem; maar velen verhieven de stem met gejuich en met vreugde.

De oudste mensen zijn verdrietig en huilen. Maar het volk juicht harder dan de klagers. Ook wij horen wel eens klachten in de gemeente. Hoe gaan we er mee om? Mee klagen of toch groot spreken van God?

Ezra 4

Er zijn ook mensen buiten de tempel die het werk aan de tempel tegenhouden.

Ezra, 4:4 – Evenwel maakte het volk des lands de handen des volks van Juda slap, en verstoorde hen in het bouwen;

Wat kan ons ervan af houden om niet mee te werken aan het werk van God?

Ezra, 4:24 – Toen hield het werk op van het huis Gods, Die te Jeruzalem woont, ja, het hield op tot in het tweede jaar van het koninkrijk van Darius, den koning van Perzie.

Ezra 5 en 6

De mensen worden weer aangemoedigd door de profeten Haggai en Zacharia om verder te gaan met de bouw van de tempel. Dit wordt ook gezien door de landvoogd. Hij vraagt waarom ze weer verder gaan. De landvoogd stuurt een brief naar de koning om te vragen of hij het bevel heeft gegeven. Ondertussen gaat de bouw voort. Koning Darius laat het opzoeken en leest dat het volk mag bouwen. Hij stuurt een brief terug met toestemming en daarbij de opdracht dat alles wat er voor de bouw en offers nodig is gegeven mag worden. Zo wordt de bouw van de tempel voltooid en ingewijd. Wat is God goed! Hij heerst zelfs over harten van koningen die niet bij Gods Volk hoorden.

Ezra, 6:22 – En zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap; want de HEERE had hen verblijd, en het hart des konings van Assur tot hen gewend, om hun handen te sterken in het werk van het huis Gods, des Gods van Israel.

Ezra 7

Ezra was weer in Babel. In de Bijbel staat dat hij er op gericht was om Gods wet te onderzoeken en te doen. Ook leert hij het volk van Israël.

Hoe is ons leven? Richten we ons erop om Zijn wetten te leren en te doen?

Ezra krijgt een brief van de koning Arthasatha waarin staat dat Ezra naar Jeruzalem moet om te kijken of iedereen de wet van God houdt. Ook mag hij zilver en goud brengen voor het huis van God en voor de offers. Hij moet regeerders aan stellen die onderwijs geven uit de wet van God. Ezra dankt God voor de mogelijkheden die hij krijgt.

Danken wij God ook, omdat we mogen leren uit Zijn Woord en Zijn wetten?

Ezra 8

Ezra mag vertrekken met een grote groep mensen. Reizen met goud en zilver was in die tijd gevaarlijk. Zou Ezra vragen aan de koning om soldaten die hen kunnen beschermen? Ze bidden en vasten en vragen God om bescherming. Waarom?

Ezra, 8:22 – Want ik schaamde mij van den koning een heir en ruiters te begeren, om ons te helpen van den vijand, op den weg; omdat wij tot den koning hadden gesproken, zeggende: De hand onzes Gods is ten goede over allen, die Hem zoeken, maar Zijn sterkte en Zijn toorn over allen, die Hem verlaten.

God luistert en verhoort het gebed. Het geld en zilver en goud wordt gewogen voor en na de reis. Er is niets kwijt. Ze offeren en geven de wetten van God aan de landvoogd. Vertrouwen wij er op dat God ook de financiën van de kerk in Zijn handen heeft?

Ezra 9

Het volk en de vorsten hebben de wetten gehoord. Ze bedenken dat ze zich niet aan Gods wet gehouden hebben. Veel mannen zijn getrouwd met vrouwen van de Kanaanieten, Ferezieten. God had dat verboden. Ezra schrikt als hij dit hoort. Hij is bedrukt en verdrietig en breid zijn handen uit tot God. Belijdt de zonden en benoemd ze concreet.

Zijn wij verdrietig om zonden? Belijd ze concreet aan God!

Ezra 10

Het volk komt naar Ezra toe en belijdt dat ze fout zijn. Ze vragen om het Verbond met God te vernieuwen. Ze willen liever God dienen en willen de ‘vreemde’ vrouwen wegsturen.

Welke zonde staat ons in de weg om God te dienen? Als we onze zonden belijden is God getrouw en rechtvaardig, dat Hij onze zonden vergeeft en ons reinigt van alle ongerechtigheid!

Moedermorgens

Deze keer een stukje over een moedermorgen. Wat is dat en hoe gaat het. Een stukje uit de praktijk.

Al een heel aantal jaren komen we eens in de maand samen. 6 moeders met kinderen in ongeveer dezelfde leeftijd.
De koffie/thee staat altijd klaar vanaf 9 uur en voor zowel de moeders als de kinderen iets lekkers. Daar worden we zoet mee gehouden…
De kinderen onder de 4 jaar spelen samen en ondertussen wordt er veel bijgekletst door de moeders. Uitgepraat zijn we niet zomaar, maar dan na de koffie gaan we ons hoofdstuk uit het boek bespreken.
We beginnen hierbij met het gezamenlijk gebed. Ook de kinderen zitten eerbiedig en we willen samen voor de kinderen en de gezinnen bidden. We bidden om een zegen over de opvoeding, we vragen of onze kinderen Hem al vroeg mogen leren kennen. Ook leggen we onze zorgen voor Hem neer. Thuis bidden we ook voor onze kinderen, maar we weten ook dat het gezamenlijk gebed veel kracht doet.
Dit is misschien wel het belangrijkste van de moedermorgen.
Na het gebed beginnen we met een stukje uit de bijbel en dan bespreken we de vragen die we hebben voorbereid. Meestal 1 hoofdstuk uit een boekje. De boekjes kiezen we samen uit. Ons eerste boekje was: Elk kind heeft een biddende moeder nodig. Nu hebben we ons derde boek: Geloven in opvoeding. Bij sommige boeken staan al vragen, bij andere bedenken we ze zelf. Dit helpt ons om bij het onderwerp te blijven.
We ervaren altijd veel openheid tijdens de bespreking. Het is fijn te weten dat anderen vaak tegen dezelfde dingen aanlopen. Adviezen worden gegeven en we bemoedigen elkaar. Door de onderwerpen krijgen we handvatten aangereikt voor situaties die zich in de praktijk voordoen.
Na de bespreking zingen we nog een kinderversje/psalm met de kinderen.
Dan proberen we het nog zo lang mogelijk te rekken zodat we de volle ochtend benutten.
We hebben in de loop van de jaren een hele hechte band opgebouwd en ervaren hier veel steun van. Ook als er moeilijkheden of zorgen zijn, staan we om elkaar heen. We hopen dat deze onderlinge band tot zegen en binding mag zijn voor onze kinderen, maar ook tot zegen in de gemeente. We zijn dankbaar dat er verschillende moedermorgens op dit moment regelmatig samenkomen.

Van een moeder

Bedankt voor het inkijkje in jullie moedergroep! Mooi om te horen dat jullie elkaar zo bemoedigen en elkaar tot steun zijn.

Bidden voor kinderen en jongeren in de gemeente

Bidden voor kinderen en jongeren door de gemeente

Er zijn verschillende boeken geschreven over bidden voor kinderen. Bijvoorbeeld: “Elk kind heeft een biddende moeder nodig” of “ Elke tiener heeft biddende ouders nodig”. Deze boeken staan op de “boekenplank” en mogen jullie gerust eens lezen!

Maar… wat zou het mooi zijn als we een biddende gemeente waren om onze kinderen heen.

Hoe zou je dat kunnen doen?

  1. Bekijk de gemeentegids.
  2. Vraag God voor wie je gericht zou mogen bidden.
  3. Bid voor hem of haar of meerdere jongeren.
  4. Probeer je in hun leefwereld te verdiepen en bidt evt. om openingen om in gesprek met hem of haar te komen.
  5. Het is fijn om te weten dat er meer mensen bidden voor onze jongeren en kinderen in de gemeente. Zoek iemand op die ook mee bidt.
  6. Deel Bijbelteksten met elkaar die je kunt bidden voor jongeren in de gemeente.
  7. Vergeet ook niet te danken!